Tweede themabijeenkomst 'Zeggenschap doe je samen'

    Vrijdag 09 oktober 2015

    Verbindende ervaringen

    Alle momenten van zeggenschap kwamen voorbij tijdens de tweede themabijeenkomst  ‘Zeggenschap doe je samen’ . Het bespreken van het ondersteuningsplan, het ‘ben-ik-tevredenonderzoek’, de huiskamerbijeenkomsten, deelname aan het kwaliteitsonderzoek en niet in de laatste plaats het reguliere contact met de DVC’er. De meeste mensen zijn hier tevreden over. Het contact verloopt doorgaans goed.

    Om mee te kunnen praten heb je wel informatie nodig. Hierover zijn de meningen verdeeld; de één ervaart een enorme stroom aan informatie en zegt door de bomen het bos niet meer te kunnen zien. De ander voelt zich daarentegen niet of nauwelijks geïnformeerd. De behoefte kan verschillend liggen, maar blijkbaar heeft toch niet iedereen toegang tot dezelfde informatie.

    Informatief was in ieder geval het gedeelte over de medezeggenschapsstructuur binnen Dichterbij. Jos van de Ven, ambtelijk secretaris van de centrale Cliëntenraad,  maakte duidelijk hoe het overleg in de regio is georganiseerd, hoe de advisering van de Cliëntenraad volgens de Wet Medezeggenschap Cliënten in de Zorgsector plaats vindt en hoe informatie en advies vanuit diverse invalshoeken, zoals het cliëntenpanel , wordt ingewonnen.

    Nieuw binnen Dichterbij is de start van het project ‘Als je het mij vraagt’. Binnenkort krijgen alle ouders, verwanten en wettelijk vertegenwoordigers een uitnodiging om samen met het team en de cliënt ieders wensen te bespreken. Eerst een inventarisatie op individueel niveau, daarna het opstellen van een realistisch uitvoerbaar plan binnen de mogelijkheden van Dichterbij als organisatie. Dit gesprek zal plaatsvinden op het niveau van de woning en de dagbestedingslocatie.

    In de hierna volgende discussie werd aan diverse gesprekstafels uitgesproken dat het beroep op ouders, verwanten en wettelijk vertegenwoordigers steeds nadrukkelijker wordt gevoeld. Voor begeleiding naar de huisarts, vervoer bij uitstapjes, deelname aan sociale activiteiten wordt vaker dan voorheen de familie of de wettelijk vertegenwoordiger ingeschakeld. Voor de familie is het duidelijk dat zij hierin een rol kunnen spelen. Het contact intensiveert en levert waardevolle momenten op. Het maakt dat zeggenschap ook concreter wordt. Maar tegelijkertijd werd ook kenbaar gemaakt dat de mogelijkheden van de familie soms beperkt zijn. Door afstand, leeftijd en een klein netwerk kan dan niet aan het verzoek worden voldaan. Als dat betekent dat activiteiten niet door kunnen gaan, wordt dat als een dilemma ervaren. Eén van de aanwezige Dichterbij-medewerkers merkte op dat zij worstelt met dezelfde ervaring; “om familie te benaderen voor een specifieke uitvoeringstaak moet ik ook een drempel over. Ik ben altijd weer blij te merken dat familie een coöperatieve houding heeft.”

    De bijeenkomst werd afgesloten met een mooie reactie uit de zaal. Eén van de aanwezige ouders vertelde hoe tevreden hij was over de woonplek, de bezielende begeleiding  en de mate waarin zij als ouders worden betrokken bij de vormgeving van het leven van hun kind. 

    Wilt u meer weten hoe zeggenschap en medezeggenschap binnen Dichterbij geregeld is, dan kunt u de presentatie van Jos van de Ven, ambtelijk secretaris van de Cliëntenraad van Dichterbij, hier nalezen.