QuickScan naar de ondersteuningsbehoefte van zorgintensieve gezinnen (deel 2)

    Zaterdag 11 juli 2015

    Visiedocument deel 2: Brussen

    Okma, K., A. van Dijken, M. Vergeer en L. Naafs

    Resultaten van een onderzoek naar de ondersteuningsbehoeften van broers en zussen van zorgkinderen, ook wel brussen genoemd. De quickscan gaat uitgebreid in op ervaringen en de noodzaak om brussen goed te ondersteunen. Voor het onderzoek zijn 85 brussen bevraagd naar de impact van het brus-zijn en hun behoefte aan steun. Daarna is gekeken welk online en offline aanbod er op dit moment beschikbaar is om in hun steunbehoefte te voorzien.

    Onvoldoende ondersteuning

    Uit het onderzoek blijkt dat 60 procent van alle ondervraagde brussen niet weet waar ze terecht kunnen voor ondersteuning. De helft van hen vindt dat er onvoldoende ondersteuning beschikbaar is. Terwijl 88 procent van de respondenten verwacht dat brussenondersteuning laagdrempelig en in iedere regio beschikbaar is. Ook de toekomst van hun zorgintensieve broer of zus is een bron van zorg: 89 procent wil hierin meer inspraak.

    Lotgenoten

    Onderzoeker Krista Okma: 'Opvallend aan het rapport is dat alle brussen vooral behoefte hebben aan contact met lotgenoten en hun ouders en naasten. Vaak is er wel een professional nodig die daar de eerste aanzet toe geeft, maar uiteindelijk hoeft dit helemaal niet kostbaar te zijn. Denk aan een georganiseerde brusjesgroep, waardoor brussen elkaar ook buiten de groep om weten te vinden, of het geven van concrete handvatten aan ouders en naasten waarmee zij de brussen zelf kunnen steunen.'

    Onderzoeksadviseur Anjet van Dijken stelt: 'Brussen zorgden al jong voor hun broer of zus en doen dat nu opnieuw maar dit keer met een drukke baan en kinderen. Hun rugzak zit vol emoties, los van het dilemma van de praktische invulling van de 'clubsandwich aan zorg'. Zij willen gehoord worden door de experts die bij hun thuis komen, en eisen zeggenschap in de toekomstplannen voor hun broer of zus.'

    De resultaten van dit onderzoek leiden tot een aantal belangrijke eerste aanbevelingen, die het Nederlands Jeugdinstituut samen met partners verder zal uitwerken.

    Bron: Nederland Jeugd Instituut